Het principe van een bloemenklok

De Zweed Carolus Linnaeus is de eerste wetenschapper die ontdekte dat de verhouding tussen de dag- en nachtlengte de ontwikkeling van planten en bomen aanstuurt. Bekend voorbeeld is de bladverkleuring bij bomen als de dagen korter worden (en de temperatuur daalt). Vooral de lengte van de nacht blijkt bepalend te zijn. Volgens  Linnaeus beïnvloedt dit niet alleen de maand waarin een plant bloeit, maar ook het tijdstip op de dag waarop een bloem zich opent of sluit. Hij ontwikkelde zijn theorie door bloemen te bestuderen die zich op vaste tijden openen of sluiten. In zijn boek Philosphia Botanica (1751) suggereerde hij dat het mogelijk was om met die planten een Horlogium florae te maken.

Verondersteld wordt dat Linnaeus lijst van planten en bijbehorende lijst met openings- en sluitingstijden niet één op één toe te passen is in de bloemenklok in de tuinen van Velt-Gemert. Er worden planten genoemd die oorspronkelijk niet in noordwest Europa groeien. Dat kan betekenen dat de bloemen hier op een ander moment open gaan dan op de oorspronkelijk standplaats van de plant. Het tijdstip waarop de bloem open gaat wordt immers bepaald door de lengte van de nacht. En die op zijn beurt wordt niet alleen bepaald door het seizoen maar ook door de breedtegraad van de plek waar we naar de hemel kijken. Het is letterlijk een verschil van licht en donker of je op 21 december drie uur s'middags in Stockholm of in Madrid bent.

Klik hier als u het beplantingsplan 2017 van de bloemenklok in Gemert wil bekijken, inclusief openings- en sluitingstijden.

Klik hier als u wilt weten wat het nut is van vaste openings- en sluitingstijden voor bloemen.

 

  i-39ed0152e47ebfb59dd71202fac72e4f-flowerclocklarge.jpg Carl Linnaeus met een linnaeusklokje op het revershttps://lh6.googleusercontent.com/sKr53drtyp78p1h0dyCjeD5JfoCJyJcZZWATK0l42rhR